Santo Antão: de ultieme winterwandelbestemming

with Geen reacties

Kaapverdië. Het eerste dat dan in je opkomt? Ongetwijfeld een luxueus all-in resort op Sal of Boa Vista. Badend in de zon en voorzien van alle comfort. Ideaal om even op adem te komen en – in ons geval – een heerlijk winterzonnetje mee te pikken. Maar wat als je diezelfde winterzon combineert met avontuur, ecotoerisme en een van de prachtigste natuurparken ter wereld? Dan beland je op Santo Antão!

Uitzicht over de Paulvallei

Het groen in de naam Cabo Verde

Santo Antão is het op een na grootste eiland van Kaapverdië. En zonder twijfel het meest groene! Want als je je afvraagt waar de naam ‘Cabo Verde’ vandaan komt, biedt dit eiland het antwoord. De noordkant ligt bezaaid met de ene groene vallei na de andere. Elk monden ze uit in slaperige kustdorpjes, die in schril contrast staan met de ruwe kust waarop ze uitkijken.

Een uitdagende weg met een indrukwekkend uitzicht verbindt de dorpjes met elkaar. Als ‘Highway 1’ in Californië een van de mooiste kustwegen ter wereld is, doet deze zeker niet onder! Maar dan wel op z’n Afrikaans … achterin een omgebouwde pickup truck met houten bankjes over kilometers kasseien, inclusief een intensieve kontmassage van het eerste tot het laatste dorpje.

 

Vruchtbare noorden vs. dorre zuiden

Het eiland kent twee uitersten. Het vruchtbare noorden, met valleien vol plantages. En het dorre zuiden, dat je kan vergelijken met de meeste andere Kaapverdische eilanden. Daarom vertoeven de meeste inwoners en toeristen liever in het groene noorden. Maar bij je bezoek aan Santo Antão kan je het zuiden niet zomaar overslaan. Want iedereen die op het eiland aankomt, doet dat in Porto Novo: een stad volledig gebouwd rond de haven. En dat is meteen ook de enige manier om hier te geraken: per boot! 

 

Weg van de platgetreden paden

Santo Antão is tot nu toe een bestemming, weg van het begane pad. En dat mag je vrij letterlijk nemen. Op de tweede dag komen we op vijf uur tijd exact tien andere toeristen tegen waarop onze gids zegt: “I have never seen that many tourists on one day in this valley.” Hoeveel bestemmingen kunnen dat nog zeggen tegenwoordig?!

Het heeft deels te maken met de bereikbaarheid van het eiland. Er was ooit een luchthaven in Ponta do Sol. Maar daar past met moeite een Boeing of Airbus op de tarmac. Daarom is hij gelukkig niet meer in gebruik. Je kan het eiland alleen bereiken door op het naburige São Vicente te vliegen en daarna de ferry te nemen. Die brengt je voor 800 ECV (of 8 euro) per persoon in een uurtje naar de overkant. Opgelet, want de ferrydiensten zijn nogal wispelturig … Maar hé, no stress! Of zoals ze hier zeggen: Morabeze.

 

Verdrinken in het suikerriet van Santo Antão

Na nog een autorit van een klein uur arriveren we in Cidade de Pombas. Een kustdorp aan de voet van de Paùlvallei. Wanneer onze aluguer links afdraait, de vallei in, zien we meteen waarom Santo Antão het groenste eiland van de archipel is. De rotsachtige bergwanden zijn ingedeeld in honderden terrassen, waarop lokale boeren suikerriet telen. Een indrukwekkende zee van groen, met daartussen wuivende katoenen toppen.

Bij aankomst maken we meteen een korte wandeling door het dorp. Of beter gezegd, door de suikerrietvelden. De smalle bergwegen lopen letterlijk door de plantages en geven je bij momenten het gevoel te verdrinken in het suikerriet. Dat riet wordt voornamelijk gebruikt voor ‘grogue’, beter bekend als rum. Heel wat hmmmmojito’s later kunnen we beamen dat dit een strak plan was van de locals!

Naast suikerriet verbouwen de boeren op Santo Antão ook allerlei soorten groenten en fruit. Onderweg komen we Simão tegen. Hij is een lokale teler en toont ons trots zijn verzameling mango-, passievrucht-, amandel- en papayabomen. Voor we het beseffen, hebben we alle twee een stuk vers geplukte passievrucht in de mond, dat Simão gewoon even – met de blote hand – op een steen in twee brak. Niet alleen dubbel zo groot, maar ook dubbel zo lekker als thuis! Oranje sap druipt langs onze mondhoeken terwijl we vlak naast de maracuja-boom staan. Beter kan ons verblijf op dit eiland niet beginnen, toch?

 

Slapen middenin een prachtig natuurpark

Een knalgeel gebouw middenin Parque Natural de Cova/Paul/Ribeira da Torre’, dat is Casa Maracuja. Een eco-vriendelijk verblijf met een achttal huisjes, elk ingedeeld in twee verblijven. De slaap- en badkamer hebben een typische stijl. Denk aan nachtlampjes gemaakt van tomatenblikken. En een plafond bekleed met een kleurrijk Afrikaans tapijt. Centraal tussen de huisjes ligt ook een zwembad, waar je na een lange bergwandeling heerlijk kan verkoelen. 

‘Maracuja’ betekent dus passievrucht. Een duidelijke link met de omgeving. Én met de gepassioneerde uitbaters: de Nederlandse Hetty en de Franse Petra. Maar beiden zijn intussen echte Kaapverdianen. Ze voelen zich hier thuis en doen daarom heel wat inspanningen voor de lokale gemeenschap. Zo werken ze samen met locals als taxichauffeurs, gidsen, schoonmakers en muzikanten. Daarnaast hechten ze veel belang aan waterbesparing. Het eerste, koude douchewater vang je hier bijvoorbeeld op met een ton, zodat het later die dag nog kan dienen voor de groentetuin. 

Het gele hoofdgebouw is naast het huis van de gezinnen van Hetty en Petra ook het restaurant waar je ’s ochtends, ’s middags en ’s avonds terecht kunt. Uiteraard met vers geplukt fruit van de omliggende plantages. En met lokaal gevangen vis uit het dorp onderaan de vallei. Vanop het dakterras heb je ook nog eens een top zicht over de mooiste vallei van Santo Antão! 

 

De man met een (talen)knobbel en stalen kuiten

Na een heerlijke nacht wekt de plaatselijke haan ons op het ritme van de zon. Geen wekker nodig, gewoon zoals de natuur het altijd al bedacht heeft. Vandaag trekken we eropuit met onze goede vriend Simão, de boer die ons gisteren zijn passievruchten liet proeven. Hij is ook wandelgids voor de gasten van Casa Maracuja. Én een echte talenknobbel! Hij spreekt intussen negen talen, die hij leerde uit boeken en door het omgaan met toeristen. Simão is duidelijk niet op z’n achterhoofd gevallen! Of toch … ?

Simão, de talenknobbel van Santo Antão

Na een halfuurtje klimmen, brengt hij ons tot bij een indrukwekkend waterreservaat. Hij vertelt hoe ze hier het water uit de bergen opvangen en vervolgens via een irrigatiesysteem de terrassen bevloeien. Als twintiger heeft hij ooit een ongeluk in dit waterreservoir overleefd. De steen die toen op zijn hoofd viel, ligt er nog steeds. Hij toont hem met veel trots en laat ons zelfs aan het gat in zijn schedel voelen … Dat vergeten we niet snel!

 

Op pad met de Panoramix van Santo Antão

Een tocht van ongeveer vijf uur voert ons tot bovenop een van de hoogste bergtoppen van de Paùlvallei. En weer naar beneden. Onderweg passeren we een mix van plantages: koffie, bananen, papaya’s, mango’s, amandelen, sinaasappels, wortelen, zelfs Nederlandse aardappelen, … Noem maar op! Onze gids blijkt niet alleen een boer, maar ook de lokale druïde te zijn. Want hij kent iedere plant en ieder kruid – inclusief geneeskundige toepassing – bij naam. Mochten we sputterende darmen krijgen van al dat fruit, dan heeft Simão alvast de oplossing!

 

Kaapverdisch lunchen met puddingbenen

Na een tweetal uur klimmen, bereiken we de top. En jawel, de laatste loodjes wegen echt het zwaarst! Maar bovenaan wacht onze beloning. Een prachtig panorama over de Paùlvallei. Én – nog belangrijker – een heerlijke Kaapverdische lunch. Gastvrouw Sandra wacht ons op met een typisch Creools gerecht: rijst met een stoofpotje van kip, aardappel en wortel. Op tafel staat ook een flesje zelfgemaakte pikante olie. We wagen ons aan een paar druppeltjes … Stevig! Simão heeft er duidelijk lol in. 

 

Beneden in de verte zien we hoe de zee – ons eindpunt – wild tegen de rotsen slaat. Maar voor we zo ver zijn, hebben we eerst nog een flinke afdaling voor de boeg. De volgende twee en een half uur brengt ons langs magnifieke vergezichten, 50 tinten groen en rotspartijen die met veel grilligheid een waar oerlandschap vormen. Hoewel hij ruw geschat toch al 50 kaarsjes mag uitblazen, houdt Simão er een stevig tempo op na. Moeiteloos daalt hij de kronkelige bergwegen af. Stalen kuiten heeft die man! Wij hebben intussen echte puddingbenen. Want geplaveide treden of een bankje om even uit te rusten, dat kennen ze hier niet …

 

Bon dia, Santo Antão!

We bereiken stilaan terug de bewoonde wereld. Steeds meer locals kruisen ons pad. Wat opvalt in deze vallei en eigenlijk in heel Santo Antão, is de manier waarop iedereen elkaar begroet. Als Limburgers herkennen we de vriendelijke knik van thuis. Een simpele ‘goeiendag’ – of zoals ze hier zeggen ‘bon dia’ of ‘ola’ – wanneer je elkaar tegenkomt, is op veel plaatsen jammer genoeg uitgestorven. Maar hier niet! Ook een jongeman in een opvallende roze Mickey Mouse short begroet ons vanop afstand. Het is de zoon van Simão. Hij wacht ons bij het eindpunt op met zijn busje, dat ons gelukkig – in alle betekenissen van het woord – weer naar boven brengt.

 

Iets met een dorp en het uitzicht

Onze laatste dag op dit groene eiland brengen we door aan de kust. Nee, niet op onze flashy sneldrooghanddoek aan het strand. Wel met een pittige wandeling langs de kustlijn naar Fontainhas. In 2015 door National Geographic uitgeroepen als een van de dorpen met het mooiste uitzicht ter wereld. Dat willen we wel eens zien!

Vanuit het kustdorpje Ponta do Sol volgen we een steile weg omhoog. Een vrij stevige wandeling van 45 minuten, met een spectaculaire kustlijn aan de ene kant en ruwe bergwanden aan de andere. Na enkele bochten ontvouwt zich het uitzicht waarover NatGeo sprak. Een prachtige, groene vallei met zicht op een kleine baai. De huizen in het dorp zijn al even kleurrijk als de bloemen en planten die er rond groeien. Een panorama dat absoluut zijn plekje in de lijst verdient! Even genieten …

 

We keren terug naar Ponta do Sol, waar we onze laatste uren op het eiland doorbrengen op een terrasje met zicht op zee. Want van daaruit hebben we goed zicht op de vissers die vanaf de rotsen met niet meer dan een stok en visdraad de ene na de andere vis bovenhalen. Daarna wandelen ze trots voorbij met hun vangst. Knap!

 

Schoonheid in zijn puurste vorm

Achterin de pickup truck rijden we in een dik uur terug naar Porto Novo. Als een spons absorberen we de laatste indrukken van dit paradijs. Een zwaar woord dat we eigenlijk liever niet gebruiken. Maar na drie dagen kunnen we het gewoon niet anders omschrijven. Een unieke combinatie tussen gastvrijheid, oneindig groen, spectaculaire rotskusten, rauwe oerlandschappen én de lekkerste vruchten die we ooit mochten proeven. Hoe is dit dan niet het paradijs op aarde?

 


Praktisch

Hoe reis ik naar Santo Antão?

Wij vlogen met TuiFly rechtstreeks vanuit Amsterdam naar São Vicente. Vanuit Brussel en Düsseldorf zijn er ook heel wat mogelijkheden met 1 tussenstop. Er zijn bijna dagelijks vluchten vanuit Lissabon met TAP Portugal. Dit biedt heel wat mogelijkheden om via deze luchthaven op eender welke dag af te reizen met connectievluchten.

Eens aangekomen op São Vicente neem je een Aluguer of Taxi naar Mindelo. Hier overnacht je best 1 nacht zodat je een dag vooraf je ferrytickets kan kopen. Want het is noodzakelijk dat je de ferry neemt. Dit is de enige manier om op je eindbestemming – Santo Antão – te komen!

Met de ferry naar Santo Antão, hoe gaat dat?

Online vind je heel wat informatie. Maar die is niet altijd even juist. Wij kwamen er bij ons bezoek in november 2019 bijvoorbeeld achter dat er sinds augustus nog maar één maatschappij vaart: twee keer per dag, heen en terug. Daarnaast kan je niet altijd vertrouwen op de openingsuren van de ticket boot. Daarom is het veiliger om je ticket een dag op voorhand te kopen.

Gelukt? Dan ben je – mits de nodige voorziening tegen reisziekte – klaar voor de oversteek. Met wat geluk spot je zelfs een school dolfijnen! Wij waren net te laat om ze goed te zien. Maar eentje begroette ons in de verte nog met een salto!

DEZE INFORMATIE IS GEBASEERD OP ONZE EIGEN ERVARING IN NOVEMBER 2019

De Kaapverdische maatschappij Polar vaart dagelijks met hun schip Inter-Ilhas tussen Mindelo (São Vicente) en Porto Novo (Santo Antão). Je koopt je tickets vooraf tijdens de kantooruren in de terminal van beide havens.

São Vicente > Santo Antão

08:00 vertrek in Mindelo > 09:00 aankomst in Porto Novo
15:00 vertrek in Mindelo > 16:00 aankomst in Porto Novo

Santo Antão > São Vicente

10:00 vertrek in Porto Novo > 11:00 aankomst in Mindelo
17:00 vertrek in Porto Novo > 18:00 aankomst in Mindelo

Aangekomen in Porto Novo staan er heel wat ‘aluguers’ voor je klaar. Dat zijn plaatselijke minibusjes, die je deelt met anderen. Een rit naar het noorden kost vaak minder dan 10 euro per persoon. Via een gloednieuwe weg rijd je langs de kustlijn van het dorre zuiden naar het groene noorden.

Waar overnachten op Santo Antão en São Vicente?

São Vicente

Wij verbleven in een AirBnB in Lazareto, vlakbij Mindelo. De helft van een modern apparthotel wordt privaat via AirBnB verhuurd. Het gebouw heeft tal van voorzieningen waaronder een fantastisch lekker restaurant: Nabucco!

Santo Antão

Heel ons verblijf op het prachtige Santo Antão regelden we met Hetty & Petra van Casa Maracuja: een aanrader!


You like it? Share it!